Hyperflexibel

24/7 open, vliegen wanneer jij dat wilt.

Hoge trainingsstandaard

Persoonlijke en geduldige aanpak.

De laagste prijzen

Top prijs/kwaliteitsverhouding.

Instrument Rating (IR, EIR, CBMIR)

Blindvlieg aantekening: Instrument Rating (IR, EIR, CBMIR)

De Instrument vliegopleiding van ExecutiveFlight is echt top-notch. Blind vliegen leren is niet gemakkelijk. Maar de combinatie van onze steengoede briefings vooraf, het inzetten van een low cost upgraded Microsoft Flight Simulator (FSX) op je laptop als procedure trainer en de locatie keuze Antwerpen, Liege en Charleroi waar je  alle mogelijke type approaches kunt oefenen tijdens je vlieglessen garandeert een top training. In Belgisch/Frans/Duits grensgebied kun je binnen 15’ vliegtijd alle mogelijke approaches oefenen ( Denk hierbij aan GNSS/GPS/VOR/NDB/ILS/LOC/GCA approaches) En deze combi maakt de instrument blindvlieg opleiding onvergelijkbaar beter dan andere instrument vliegopleidingen in Nederland. De “direct access” naar deze vliegvelden, vaak ook nog zonder slot aan te vragen en zonder (of zeer lage) landing fees te betalen zorgen voor eeen zeer kost effectieve intrument vliegopleiding die de echte broodnodige operationele internationale ervaring biedt die eigenlijk onmisbaar is voor de beginnende instrument piloot die beroepsvlieger wil worden.

ExecutiveFlight heeft ook een speciaal curriculum voor General Aviation (GA) privépiloten, die eigenlijk een geheel andere Instrument opleiding nodig hebben dan airline piloten. Het instrumentvliegen voor GA piloten in kleinere vliegtuigen met minder hulpmiddelen, waarbij je als GA piloot meteen als single pilot in het diepe wordt geworpen is namelijk veel moeilijker, zwaarder en risicovoller dan het gespreide bedje van de beginnende airline pilots….

De Instrument rating heeft ook een aparte theorie opleiding. Deze cursus bestaat uit 150 contacturen, terug te brengen naar 15 met ons Distance Learning System (DLS). Deze theorieopleiding is wel wat zwaarder dan de cursus voor de Competency Based IR (CBIR) en de En route IR (EIR). Zie hieronder. Voor de CBIR en EIR zijn slechts 80 contacturen verplicht, terug te brengen naar 8 met ons DLS.

ONZE VLOOT

Lees onze unieke vliegopleidings Wiki, de enige plaats in NL waar alle EASA regelgeving kort en bondig is samengevat voor alle soorten piloot opleidingen!

Nieuw: Precision Based Navigation (PBN) aantekening voor Instrument Rating brevethouders

 

Last but not least werkt ExecutievFlight als eerste in Nederland met een geheel PBN geupgrade vloot van simulator en vliegtuigen waardoor we je de in 2020 voor alle nieuwe en bestaande Instrument Piloten verplichte module GNSS/GPS approaches nu al kunnen bieden! Dus bij EF klaar voor de toekomst!

Nieuw: Competency Based Instrument Rating training (CBM-IR)

 

De houder van een CB-IR aantekening heeft dus exact dezelfde privileges als een volledige traditionele IR houder.Met een CB-IR mag u dus hetzelfde als wat u ook met een normale IR mag doen. Echter is er slechts een kleine 80 uur zelfstudie en 8 uur klassikaal onderwijs nodig. dus geen enorme IR of ATPL theorie ballast van vele honderden uren meer nodig voor PPL’ ers! U dient wel te bewijzen ten overstaan van  een examiner of u over de beoogde vaardigheid bezit. Kennis die u evt. uit eerdere ervaring of training, evt. zelfs buiten de EU hebt opgedaan.

De regelgeving hieromtrent is nieuw en vrij complex dus deze opleiding is altijd maatwerk. Vraag nadere inlichtingen of prijzen niet via de website maar middels een persoonlijk gesprek of een intake.

Nieuw: En-Route Instrument Rating training (EIR)

 

De EIR staat u toe om blind (IFR) te vliegen in het en-route gedeelte van de vlucht maar vereist van de piloot dat start- en landing kunnen worden uitgevoerd redelijk goede visuele werscondities (VFR). Dit alles zonder de enorme theorie ballast van een conventionele Instrument-Rating. De regelgeving geeft hierbij aan dat de meteorologische voorspellingen een uur voor geplande tijd van aankomst alsmede een uur daarna VMC condities moeten bedragen. De privileges zijn:

 

-IFR vluchten toegestaan in klasse A, B of C luchtruim in de en-route fase

 

-Special VFR vluchten toegestaan in weerscondities die iets lager zijn dan VMC voor vertrek

 

-Special VFR alleen toegestaan in VMC condities voor landing

 

*Om deze privileges te mogen uitoefenen gedurende de nacht, moet men beschikken over een ‘night rating’.

De regelgeving hieromtrent is nieuw en vrij complex dus deze opleiding is altijd maatwerk. Vraag nadere inlichtingen of prijzen niet via de website maar middels een persoonlijk gesprek of een intake.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Trainingsprogramma (IR, EIR, CBMIR): € 14.040

Kosten

We hebben er alles aan gedaan om de prijzen zo laag mogelijk te houden.

5 SINGLE ENGINE INSTRUMENT RATING (IR) on CESSNA 182 Charleroi

1 PRIVATE PILOT (PPL) Breda/Hoevenen/Antwerpen
Boeken + Docs + ATO overhead€ 800
35 hrs DA-40/42 FNPT II simulator€ 3.133
Instructor IFR simulator (35 h) € 3.185
15 hrs dual Diamond 40 with instructor in Charleroi€ 3.661
10 hours of briefings€ 550
Skilltest 1.5 hrs€ 275
total€ 11.603
VAT€ 2.437
5 SINGLE ENGINE INSTRUMENT RATING (IR) on CESSNA 182 Charleroi*€ 14.040
*(all incl. except pilot supplies/books, theory course, government charges (LPE/Medical/Licensing), possibly extra req. flights and landings not in homebases Charleroi or Liege)

5 OR OPTIONAL IR on CESSNA 172 Maastricht

5 SINGLE ENGINE INSTRUMENT RATING (IR) on CESSNA 182 Charleroi
Boeken + Docs + ATO overhead€ 800
35 hrs DA-40/42 FNPT II simulator€ 3.133
Instructor IFR simulator (35 h) € 3.185
15 hrs dual Cessna 182 with instructor in Charleroi€ 4.902
10 hours of briefings€ 550
Skilltest 1.5 hrs€ 275
total€ 12.844
VAT€ 2.697
5 SINGLE ENGINE INSTRUMENT RATING (IR) on CESSNA 182 Charleroi*€ 15.541
*(all incl. except pilot supplies/books, theory course, government charges (LPE/Medical/Licensing), possibly extra req. flights and landings not in homebases Charleroi or Liege)

5 OR OPTIONAL IR on CIRRUS SR20 Liege

1 OR OPTIONAL ALTERNATIVE PRIVATE PILOT (PPL) Rotterdam
Boeken + Docs + ATO overhead€ 800
35 hrs DA-40/42 FNPT II simulator€ 3.133
Instructor IFR simulator (35 h) € 3.185
15 hrs dual flight training Cirrus SR20 with instructor in Liege€ 4.920
10 hours of briefings€ 550
Skilltest 1.5 hrs€ 275
total€ 12.862
VAT€ 2.701
5 OPTIONAL ALTERNATIVE IR on CIRRUS SR20 Liege*€ 15.564
*(all incl. except pilot supplies/books, theory course, government charges (LPE/Medical/Licensing), possibly extra req. flights and landings not in homebases Charleroi or Liege)

 

 

 

Specifieke voordelen van de Single Engine Instrument Rating (IR) piloot opleiding bij ExecutiveFlight

 

  • Voortreffelijke trainingslocaties direct op IFR vliegvelden. Dit i.t.t. de situatie in NL waar je van b.v. Teuge, Seppe, Lelystad eerst met mooi weer naar een IFR vliegveld in NL moet vliegen! Dit scheelt enorm veel tijd en kosten en verhoogt de kwaliteit van de vlieglessen enorm.
  • Binnen een straal van 15′ vliegen zijn er tal van vliegvelden gelegen met alle mogelijke IFR approaches beschikbaar. Dit is niet meer mogelijk in Nederland.
  • Deze vliegvelden hebben vrijwel altijd trainingsslots beschikbaar en vragen geen of zeer lage landingsgelden / ATC charges.  Let op elke landing, ook elke touch & go op non home based IFR vliegvelden in NL zijn zeer kostbaar, tussen de 30 en 80 Euro. Je landt wel 30-40 keer tijdens je instrument piloot opleiding. Tel uit je winst!
  • Alle lokale landingsgelden en ATC charges zijn inbegrepen bij de vliegtuighuur (Charleroi/Luik) of zeer laag (Antwerpen)
  • Bij ExecutiveFlight kun je ook de IR-theorieopleiding doen. Wel zo makkelijk. En je kunt doordat alles bij een ATO is ondergebracht ook direct beginnen met vliegen zonder eerst de theorie af te hoeven maken.
  • Installatie van Microsoft Flight Simulator  (FSX) met allerlei hulp apps en een pin-compatible G1000 erop voor homebase proceduretraining. Scheelt enorm veel tijd en geld.
  • Mogelijkheid om met deze Microsoft Flight Simulator (FSX) homesim thuis IR vliegles te volgen via het web, live met een Instructeur!
  • Combinatie training mogelijk met onze digitaal vliegen workshop.
  • Als eerste in de Benelux geheel upgraded vloot en IR curriculum met de nieuwe Precison Based Navigation (PBN) approach module gebaseerd op GNSS/GPS technologie die in 2018-2020 verplicht wordt voor alle nieuwe en bestaande Instrument Piloten!
  • Instructeur, Brandstof, BTW  & TKS anti-icing vloeistof inbegrepen
  • Vliegtuighuur voor het examen inbegrepen
  • All benodigde manuals & documenten op de Google Drive

Te volgen op de volgende locaties:

Maastricht Airport
Vliegveldweg 152, 6199 AD Maastricht-Airport

Liege Airport
Rue de l’Aeroport, 4460 Grace-Hollogne

Charleroi Airport
Rue des Fusillés, B-6041 Gosselies, Belgium

Duur

3-6 maanden. Afhankelijk van de beschikbaarheid van de student.

Single Engine Instrument rating (SE/IR) trainingsoverzicht

Bekijk voor het trainingsprogramma van de competency based en en-route IR de EIR/CBIR Wiki hiernaast
35 uur les in een Alsim AL200 FNPTII simulator
15 uur Flight in een Cessna 182RG of een Cessna172
12 uur Briefings

*Let op: voor de Instrument rating dient de kandidaat ook te beschikken over het IR theoriecertificaat (zie IR Wiki).

  • Precision and non-precision instrument approaches
  • Missed approach procedures
  • Standard instrument departures
  • Vliegen in airways
  • Standard instrument arrivals en noodprocedures in Instrument Meteorological Conditions (IMC)
  • Holdings (VOR, NDB)
  • Intercepties (VOR, NDB)
  • Procedure turns
  • DME arcs
  • Circling approaches
  • Emergencies: Partial panel, stalls, unusual atitudes
  • Nieuw: PBN / GNSS / GPS approach module mogelijk als uitbreiding

 

Algemeen

Een instrument rating geeft de houder het recht om te vliegen onder IFR (instrument flight rules), wat betekent dat hij vluchten mag uitvoeren waarin hij navigeert door het gebruik van grondbakens en de instrumenten in de cockpit. Dit biedt de mogelijkheid in alle weersomstandigheden te vliegen. Tijdens de training wordt naast een trainingsvliegtuig ook een simulator gebruikt, een zogenaamde FNPT (flight navigation and procedure trainer). Er zijn twee gradaties in FNPT, een FNPTI en een FNPTII, de FNPTII geeft een realistischere weergave van het echte vliegen dan de FNPTI en hierop mogen dan ook meer uren worden getraind. Voor houders van een PPL die geïnteresseerd zijn in het behalen van een IR zonder de IR theorie cursus te hoeven doen is er nu ook de EIR (en-route IR) en de CBIR (competency based IR), bekijk de pagina’s voor meer informatie.

Aanvangseisen

Om een instrument rating (IR) te halen moet men beschikken over een PPL of CPL vliegbrevet met minimaal 50 uur overland vlucht als Pilot In Command. (PIC)

Praktijkopleiding

De praktijktraining bestaat uit 50 uur vliegtraining onder IFR, waarvan maximaal 35 in een FNPTII simulator of 20 in een FNPTI simulator. Als zowel in een FNPTII als in een FNPTI simulator wordt getraind dan mogen er maximaal 10 uur gedaan worden in de FNPTI.

Theorie opleiding

Een kandidaat voor de instrument rating moet 7 theorievakken met succes hebben afgerond: IFR communications, radionavigation, meteorologie, menselijke limitaties en prestaties, vluchtplanning en monitoring, algemene kennis van het luchtvaartuig, instrumenten en luchtvaartwetgeving. De behaalde theorieresultaten zijn 36 maanden geldig, en de IR cursus moet dan ook binnen die tijd voltooid zijn.

Na afloop

Niet van toepassing

Revalidatie (rating is nog niet verlopen)

De Instrument Rating (IR) verloopt elk jaar en moet elk jaar worden verlengd met een proficiency check door een examiner. Dit kan vanaf 3 maanden voor de vervaldatum. Om het jaar kan de check in een simulator gedaan worden. Men kan met het aldus behaalde SE-IR of ME-IR solliciteren bij een airline maar dus niet meer zelf MEP-IR vliegen!

Vernieuwing (rating is verlopen)

Wanneer de rating is verlopen, bepaalt de vliegschool welk additioneel trainingsprogramma vereist is alvorens een check kan worden afgenomen door een examiner. Als de licentie minder dan 1 jaar is verlopen, dienen er 2 trainingssessies plaats te vinden onder een ATO alvorens de kandidaat op examen kan. Minder dan 3 jaar betekent 3 trainingssessies. En meer dan 7 jaar betekent dat de volledige cursus, inclusief de theorie opnieuw gedaan moet worden.

Overige informatie en wettekst

Voor de kosten voor deze separate theorieopleiding zie de prijzen pagina op de website. Indien de optie Distance Learning (DLS) wordt gekozen dan kunnen de vereiste contacturen voor de theorie cursus terug worden gebracht naar 10%. Voor de rating instrumentvliegen is minimaal een klasse 2 medical nodig met als extra toevoeging een audiogram. Indien men wil werken als beroepspiloot is wel altijd een klasse I medical vereist.

Algemene eisen

▼M3
FCL.600    IR — Algemeen

Behalve als voorzien in FCL.825 mogen vliegbewegingen onder IFR op een vleugelvliegtuig, helikopter, luchtschip of powered-lift luchtvaartuig enkel worden uitgevoerd door houders van een PPL, CPL, MPL en ATPL met een IR die toepasselijk is voor de categorie van luchtvaartuig of tijdens het afleggen van vaardigheidstests of dubbelbesturing.
▼B
FCL.605    IR — Bevoegdheden

a)
Tot de bevoegdheden van een houder van een IR behoort het besturen van een luchtvaartuig onder IFR met een minimumbeslissingshoogte van 200 voet (60 m).
b)
In het geval van een meermotorige IR kunnen deze bevoegdheden worden uitgebreid naar beslissingshoogten lager dan 200 voet (60 m) wanneer de kandidaat specifieke opleiding aan een ATO heeft gevolgd en is geslaagd voor sectie 6 van de vaardigheidstest beschreven in aanhangsel 9 van dit deel in meerpiloot-gecertificeerde luchtvaartuigen.
c)
Houders van een IR moeten hun bevoegdheden uitoefenen in overeenstemming met de voorwaarden vastgesteld in aanahangsel 8 van dit deel.
d)
Enkel voor helikopters. Om bevoegdheden als PIC uit te oefenen onder IFR in meerpiloot-gecertificeerde helikopters, moet de houder van een IR(H) ten minste 70 uur instrumenttijd hebben gevlogen waarvan ten hoogste 30 uur simulatortijd mag zijn.
FCL.610    IR — Toelatingseisen en vrijstellingen

Een kandidaat voor een IR moet:
a) houder zijn van:
1) ten minste een PPL in de toepasselijke luchtvaartuigcategorie, en:
▼M3
i) de bevoegdheden om ’s nachts te vliegen in overeenstemming met FCL.810, indien de IR-bevoegdheden ’s nachts zullen worden gebruikt; of
▼B
ii) een ATPL in een andere luchtvaartuigcategorie; of
2) een CPL, in de toepasselijke luchtvaartuigcategorie.
▼M3
b) ten minste 50 uur overlandvliegtijd als PIC hebben gevlogen in vleugelvliegtuigen, TMG’s, helikopters of luchtschepen, waarvan ten minste 10 of, in het geval van luchtschepen, 20 uur in de relevante luchtvaartuigcategorie.
▼B
c) Enkel voor helikopters. Kandidaten die een geïntegreerde opleidingscursus hebben gevolgd voor een ATP(H)/IR, ATP(H), CPL(H)/IR of CPL(H) zijn vrijgesteld van de eis onder b).
FCL.615    IR — Theoriekennis en vlieginstructie

a)
Cursus. Kandidaten voor een IR moeten een theorieopleiding en vlieginstructie hebben gekregen aan een ATO. Deze cursus moet:
1) een geïntegreerde opleidingscursus zijn met inbegrip van opleiding voor de IR in overeenstemming met aanhangsel 3 van dit deel; of
2) een modulaire cursus zijn in overeenstemming met aanhangsel 6 van dit deel.
▼M3
b)
Examen. Een kandidaat moet blijk geven van een niveau van theoriekennis dat toepasselijk is voor de toegekende bevoegdheden over de volgende onderwerpen:
— luchtvaartwetgeving,
— algemene kennis van het luchtvaartuig — instrumenten,
— vluchtplanning en vluchtvoortgangscontrole,
— menselijke prestaties,
— meteorologie,
— radionavigatie,
— IFR-communicatie.
▼B
FCL.620    IR — Vaardigheidstest

a)
Een kandidaat voor een IR moet slagen voor een vaardigheidstest in overeenstemming met aanhangsel 7 van dit deel, om blijk te geven van de vaardigheid om de relevante procedures en manoeuvres uit te kunnen voeren met een graad van vakbekwaamheid passend bij de bevoegdheden die worden verleend.
b)
Voor een meermotorige IR moet de vaardigheidstest worden afgelegd in een meermotorig luchtvaartuig. Voor een éénmotorige IR moet de test worden afgelegd in een éénmotorig luchtvaartuig. Een meermotorig vleugelvliegtuig met stuwkracht op de hartlijn zal worden beschouwd als een éénmotorig vleugelvliegtuig ten behoeve van deze alinea.
FCL.625    IR — Geldigheid, verlenging en hernieuwde afgifte

a)
Geldigheid. Een IR is één jaar geldig.
b)
Verlenging.
1) Een IR moet worden verlengd binnen de drie maanden die onmiddellijk voorafgaan aan de vervaldatum van de bevoegdverklaring.
2) Kandidaten die niet slagen voor de relevante sectie van een IR-bekwaamheidsproef voor de vervaldatum van de IR, mogen de bevoegdheden van de IR niet uitoefenen tot ze zijn geslaagd voor de bekwaamheidsproef.
c)
Hernieuwde afgifte. Indien een IR is verlopen, moeten kandidaten om hun bevoegdheden te hernieuwen:
1) een herhalingsopleiding volgen aan een ATO om het bekwaamheidsniveau te behalen dat is vereist om te slagen voor het instrumentelement van de vaardigheidstest in overeenstemming met aanhangsel 9 van dit deel; en
2) een bekwaamheidsproef afleggen in overeenstemming met aanhangsel 9 van dit deel, in de relevante luchtvaartuigcategorie.
d)
Als de IR gedurende de afgelopen 7 jaar niet werd verlengd of hernieuwd afgegeven, moet de houder opnieuw slagen voor het theorie-examen en de vaardigheidstest inzake IR.
SECTIE 2

Specifieke eisen voor de categorie vleugelvliegtuigen

FCL.625.A    IR(A) — Verlenging

a)
Verlenging. Kandidaten voor de verlenging van een IR(A):
1) indien gecombineerd met de verlenging van een klasse- of typebevoegdverklaring, moeten slagen voor een bekwaamheidsproef in overeenstemming met aanhangsel 9 van dit deel;
2) indien niet gecombineerd met de verlenging van een klasse- of typebevoegdverklaring, moeten:
i) voor éénpiloot-gecertificeerde vleugelvliegtuigen, sectie 3, b), en die delen van sectie 1 die relevant zijn voor de beoogde vlucht afleggen van de bekwaamheidsproef beschreven in aanhangsel 9 van dit deel; en
ii) voor meermotorige vleugelvliegtuigen, sectie 6 voltooien van de bekwaamheidsproef voor éénpiloot-gecertificeerde vleugelvliegtuigen in overeenstemming met aanhangsel 9 van dit deel door zich enkel te baseren op instrumenten.
3) Een FNPT II of een FFS die representatief zijn voor de relevante klasse of het relevante type van vleugelvliegtuig mag worden gebruikt in het geval van punt 2), maar de bekwaamheidsproef voor de verlenging van een IR(A) onder deze omstandigheden moet ten minste beurtelings worden uitgevoerd in een vleugelvliegtuig.
b)
Wederzijdse vrijstelling zal worden toegekend in overeenstemming met aanhangsel 8 van dit deel.

A.    IR(A) — Modulaire vliegopleiding

ALGEMEEN

1. Doel van de modulaire vliegopleiding voor een IR(A) is het opleiden van bestuurders van een luchtvaartuig tot het niveau van vaardigheid dat noodzakelijk is om vleugelvliegtuigen te besturen onder IFR en in IMC. De opleiding bestaat uit twee modules, welke afzonderlijk of gecombineerd mogen worden gevolgd:
a) Module elementair instrumentvliegen
Dit omvat 10 uur instrumentvlieginstructie, waarvan maximaal 5 uur simulatortijd in een BITD, FNPT I of II of een FFS. Na het voltooien van de module elementair instrumentvliegen, moet aan de kandidaat een opleidingsgetuigschrift worden gegeven.
b) Module procedurevliegen op instrumenten
Dit omvat het resterende deel van de opleidingssyllabus voor de IR(A), 40 uur éénmotorige, of 45 uur meermotorige instrumenttijd in opleiding, en de theorieopleiding voor de IR(A).
▼M3
2. Een kandidaat voor een modulaire IR(A)-opleiding moet houder zijn van een PPL(A) of een CPL(A). Een kandidaat voor de module procedurevliegen op instrumenten, die niet in het bezit is van een CPL(A), moet houder zijn van een opleidingsgetuigschrift voor de module elementair instrumentvliegen.
De ATO moet garanderen dat de kandidaat voor een opleiding meermotorige IR(A) die niet in het bezit is geweest van een klasse- of typebevoegdverklaring voor een meermotorig vleugelvliegtuig, de gespecificeerde meermotorige opleiding heeft gekregen conform subdeel H vóórdat met de vliegopleiding voor de IR(A)-opleiding wordt begonnen.
▼B
3. Van een kandidaat die de module procedurevliegen op instrumenten van een modulaire opleiding voor IR(A) wenst te volgen, zal worden verlangd om alle stadia van het onderricht binnen een aaneengesloten goedgekeurde opleiding te volgen. Alvorens met de module procedurevliegen op instrumenten te beginnen, moet de ATO de vakbekwaamheid van de kandidaat in elementair instrumentvliegen garanderen. Zo nodig moet herhalingsopleiding worden gegeven.
4. De theorieopleiding dient binnen 18 maanden te zijn afgerond. De module procedurevliegen op instrumenten en de vaardigheidstest moeten binnen de geldigheidsperiode van de afgelegde theoretische examens worden afgerond.
5. De cursus moet het volgende omvatten:
a) theorieonderwijs op het kennisniveau van de IR;
b) instructie in instrumentvliegen.
THEORIEKENNIS

6. Een goedgekeurde modulaire IR(A)-opleiding moet ten minste 150 uur theorieonderwijs inhouden.
VLIEGOPLEIDING

7. Een éénmotorige IR(A)-opleiding moet ten minste 50 uur instrumentvliegtijd omvatten in opleiding, waarvan maximaal 20 uur simulatortijd in een FNPT I mag zijn, of maximaal 35 uur in een FFS of FNPT II. Ten hoogste 10 uur aan simulatortijd in een FNPT II of FFS mag worden uitgevoerd in een FNPT I.
8. Een meermotorige IR(A)-opleiding moet ten minste 55 uur instrumentvliegtijd omvatten in opleiding, waarvan maximaal 25 uur simulatortijd in een FNPT I mag zijn, of maximaal 40 uur in een FFS of FNPT II. Ten hoogste 10 uur aan simulatortijd in een FNPT II of FFS mag worden uitgevoerd in een FNPT I. De resterende instructie instrumentvliegen moet ten minste 15 uur in meermotorige vleugelvliegtuigen omvatten.
9. De houder van een éénmotorig IR(A) die ook in het bezit is van een meermotorige type- of klassebevoegdverklaring en voor de eerste maal een meermotorig IR(A) wenst te verkrijgen, moet met goed gevolg een opleiding aan een ATO afsluiten, die ten minste moet bestaan uit 5 uur instructie in instrumentvliegen in meermotorige vliegtuigen, waarvan maximaal 3 uur in een FFS of FNPT II.
10.1. Voor de houder van een CPL(A) of van een opleidingsgetuigschrift voor de module elementair instrumentvliegen kan de totale, in de paragrafen 7 of 8 hierboven vereiste hoeveelheid opleiding met 10 uur worden verminderd.
▼M3
10.2. Voor de houder van een IR(H) kan de totale, in de paragrafen 7 of 8 hierboven vereiste hoeveelheid opleiding tot 10 uur worden verminderd.
▼B
10.3. De totale instrumentvlieginstructie in vleugelvliegtuigen moet voldoen aan paragraaf 7 of 8, voor zover van toepassing.
11. De vliegoefeningen in voorbereiding op de IR(A)-vaardigheidstest dienen het volgende te omvatten:
a) Module elementair instrumentvliegen: procedures en manoeuvres voor elementair instrumentvliegen die ten minste omvatten:
het elementair instrumentvliegen zonder externe visuele referenties:
— horizontaal vliegen,
— klimmen,
— dalen,
— bochten in horizontale vlucht en tijdens klimmen en dalen;
instrumentpatroon;
steile bocht;
radionavigatie;
herstellen vanuit ongewone vliegstanden;
beperkt instrumentenpaneel;
herkennen van en herstellen uit beginnende en volledige overtrek;
b) Module procedurevliegen op instrumenten:
i) procedures vóór de vlucht ten behoeve van IFR-vluchten, waaronder het gebruik van het vlieghandboek en de juiste documenten voor luchtverkeersdiensten bij het voorbereiden van een IFR-vliegplan;
ii) de procedure en manoeuvres voor een IFR-vluchtuitvoering onder normale, abnormale en noodomstandigheden, die ten minste het onderstaande beslaan:
— de overgang van visueel naar instrumentvliegen bij de start,
— standaard instrumentvertrek- en -aankomstprocedures,
— „en route” IFR-procedures,
— wachtprocedures,
— instrumentnadering tot bepaalde minima,
— procedures voor afgebroken nadering,
— landingen na instrumentnaderingen, inclusief „circling”;
iii) manoeuvres tijdens de vlucht en bijzondere vluchtkenmerken;
iv) indien zulks is vereist, besturing van een meermotorig vleugelvliegtuig tijdens bovengenoemde oefeningen, daarbij inbegrepen het besturen van het vleugelvliegtuig uitsluitend geleid door instrumenten met nabootsing van één niet in werking zijnde motor en motor afzetten en herstarten (deze laatste oefening dient op veilige hoogte te worden uitgevoerd, tenzij uitgevoerd in een FFS of FNPT II).

IR-vaardigheidstest

1. Een kandidaat voor een IR moet instructie hebben genoten op hetzelfde type of klasse luchtvaartuig dat bij de test zal worden gebruikt.
2. Een kandidaat moet slagen voor alle toepasselijke secties van de vaardigheidstest. Indien een kandidaat zakt voor een item van een sectie, zakt hij voor de volledige sectie. Wanneer een kandidaat zakt voor meer dan één sectie moet hij de volledige test opnieuw afleggen. Een kandidaat die slechts voor één sectie zakt, moet enkel de betreffende sectie opnieuw afleggen. Wanneer hij zakt voor een sectie van de herkansingstest, daarbij inbegrepen die secties waarvoor hij bij een eerdere poging was geslaagd, moet hij de gehele test opnieuw afleggen. Alle toepasselijke secties van de vaardigheidstest moeten binnen de zes maanden zijn voltooid. Kandidaten die na twee pogingen niet slagen voor alle toepasselijke secties van de test, moeten verdere opleiding volgen.
3. Als gevolg van een vaardigheidstest waarvoor men is gezakt, kan verdere opleiding vereist zijn. Er is geen limiet voor het aantal vaardigheidstests waaraan een kandidaat mag deelnemen.
UITVOERING VAN DE TEST

4. De bedoeling van de test is een vlucht in de praktijk na te bootsen. De te vliegen route wordt door de examinator gekozen. Een wezenlijk onderdeel is de vaardigheid van de kandidaat om de vlucht te plannen en uit te voeren aan de hand van gebruikelijke briefinginformatie. De kandidaat is verantwoordelijk voor de vluchtplanning en draagt er zorg voor dat de uitrusting en documentatie voor de uitvoering van de vlucht zich aan boord bevinden. De vlucht duurt ten minste 1 uur.
5. Indien de kandidaat verkiest de vaardigheidstest te beëindigen om redenen die door de examinator als ongegrond worden beschouwd, moet de kandidaat de hele vaardigheidstest opnieuw afleggen. Wanneer de test wordt beëindigd om redenen die de examinator gegrond acht, moeten slechts de niet voltooide secties in een latere vlucht worden getoetst.
6. Naar goeddunken van de examinator mag elke manoeuvre of procedure van de test éénmaal door de kandidaat worden herhaald. De examinator mag de test in elk stadium stopzetten indien wordt geoordeeld dat de vliegvaardigheid waarvan de kandidaat blijk geeft, een volledige nieuwe test vereist.
7. De kandidaat moet met het vliegtuig vliegen vanaf een positie van waaruit de functies van een PIC kunnen worden uitgevoerd en de test af te leggen alsof er geen ander lid van het boordpersoneel aanwezig is. De examinator mag geen aandeel hebben in de bediening van het vliegtuig behalve wanneer zijn tussenkomst noodzakelijk is in het belang van de veiligheid of om onaanvaardbare vertraging voor ander verkeer te vermijden. De verantwoordelijkheid voor de vlucht wordt toegewezen volgens de nationale voorschriften.
8. Beslissingshoogten (DH/DA), minimumdalingshoogten (MDH/MDA) en het punt waarop de „missed approach” begint, worden door de kandidaat bepaald en de examinator moet daarmee instemmen.
9. Een kandidaat voor een IR deelt de verrichte controles en werkzaamheden mee aan de examinator, daarbij inbegrepen de identificatie van radiofaciliteiten. Controles worden uitgevoerd overeenkomstig de geautoriseerde checklist voor het vliegtuig waarop de test wordt afgenomen. Van de kandidaat wordt verlangd dat hij tijdens de vluchtvoorbereiding voor de test de vermogensinstellingen en snelheden vaststelt. De prestatiegegevens inzake de start, nadering en landing worden door de kandidaat berekend conform het exploitatiehandboek of vlieghandboek voor het gebruikte luchtvaartuig.
TOEGESTANE AFWIJKINGEN BIJ DE VLIEGTEST

10. De kandidaat dient blijk te geven van de vaardigheid om:
het luchtvaartuig binnen zijn limieten te bedienen;
alle manoeuvres soepel en nauwkeurig uit te voeren;
blijk te geven van goed inzicht en bestuurderschap;
luchtvaartkundige kennis toe te passen; en
te allen tijde het luchtvaartuig onder controle te houden zodat op geen enkel moment ernstige twijfel ontstaat over de succesvolle afloop van een procedure of manoeuvre.
11. De onderstaande limieten zijn van toepassing, met een marge voor turbulente weersomstandigheden en de kenmerken voor het vlieggedrag en de prestaties van het gebruikte luchtvaartuig.
Hoogte:
algemeen
± 100 voet
initiëren van doorstart op beslissingshoogte (DH/DA)
+ 50 voet/– 0 voet
minimale dalingshoogte (MDH)/MAP/hoogte boven gemiddeld zeeniveau
+ 50 voet/– 0 voet
Volgen van grondkoersen:
aan de hand van radiohulpmiddelen
± 5°
precisienadering
halve schaaluitslag, azimut en glijpad
Koers:
alle motoren in werking
± 5°
met gesimuleerde motorstoring
± 10°
Snelheid:
alle motoren in werking
± 5 knopen
met gesimuleerde motorstoring
+ 10 knopen/– 5 knopen
INHOUD VAN DE TEST

Vleugelvliegtuigen

SECTIE 1 —  HANDELINGEN VOORAFGAAND AAN DE VLUCHT EN VERTREK
Gebruik van checklist, vliegerschap, procedures voor het voorkomen van ijsafzetting/verwijderen van ijs, enz., zijn op alle secties van toepassing
a
Gebruik van het vlieghandboek (of gelijkwaardig) met name berekening van de prestatie van het luchtvaartuig, massa en zwaartepunt
b
Gebruik van luchtverkeersdienstdocument, meteorologisch document
c
Voorbereiding van ATC-vliegplan, IFR-vliegplan/logboek
d
Inspectie voorafgaand aan de vlucht
e
Meteorologische minima
f
Taxiën
g
Briefing voor de start, opstijgen
h ((o))
Overgang naar instrumentvliegen
i ((o))
Instrumentvertrekprocedures, hoogtemeterinstelling
j ((o))
Contact met ATC — naleving, R/T-procedures
SECTIE 2 —  ALGEMENE BESTURING ((o))
a
Besturen van het vleugelvliegtuig uitsluitend op instrumenten, inclusief: horizontaal vliegen bij verschillende snelheden, trimmen
b
Bochten tijdens de klim- en daalvlucht met standaardbocht (rate 1)
c
Herstellen uit ongewone vliegstanden, inclusief bochten met aanhoudende 45° dwarshelling en steile bochten tijdens het dalen
d (1)
Herstellen van nadering tot overtrek in horizontale vlucht, in bochten tijdens klimmen/dalen en in de landingsconfiguratie — enkel van toepassing op vleugelvliegtuigen
e
Beperkt instrumentenpaneel: gestabiliseerde klim of daling met standaardbocht (rate 1) op bepaalde luchtkoersen, herstellen uit ongewone vliegstanden — enkel van toepassing op vleugelvliegtuigen
SECTIE 3 —  IFR-PROCEDURES „EN ROUTE” ((o))
a
Vasthouden, inclusief onderscheppen van koersen naar en van bv. NDB, VOR, RNAV
b
Gebruik van radiohulpmiddelen
c
Horizontale vlucht, vasthouden van koers, hoogte en vliegsnelheid, vermogensinstelling, trimtechniek
d
Hoogtemeterinstellingen
e
Het bepalen en herzien van ETA’s (wachten „en route”, indien vereist)
f
Bewaken van vluchtvoortgang, vluchtlogboek, brandstofverbruik, systeemregeling
g
Procedures voor bescherming tegen ijsafzetting, indien nodig gesimuleerd
h
Contact met ATC — naleving, R/T-procedures
SECTIE 4 —  PRECISIENADERINGSPROCEDURES ((o))
a
Instellen en controleren van navigatiehulpmiddelen, identificatie van faciliteiten
b
Aankomstprocedures, hoogtemetercontroles
c
Naderings- en landingsbriefing, inclusief controles van daling/nadering/landing
d ((+))
Wachtprocedure
e
Naleving van de gepubliceerde naderingsprocedure
f
Tijdplanning nadering
g
Het onder controle houden van hoogte, snelheid, koers (gestabiliseerde nadering)
h ((+))
Acties bij de doorstart
i ((+))
Procedure voor afgebroken nadering/landing
j
Contact met ATC — naleving, R/T-procedures
SECTIE 5 —  NIET-PRECISIENADERINGSPROCEDURES ((o))
a
Instellen en controleren van navigatiehulpmiddelen, identificatie van faciliteiten
b
Aankomstprocedures, hoogtemeterinstellingen
c
Naderings- en landingsbriefing, inclusief controles van daling/nadering/landing
d ((+))
Wachtprocedure
e
Naleving van de gepubliceerde naderingsprocedure
f
Tijdplanning nadering
g
Het onder controle houden van hoogte, snelheid, koers (gestabiliseerde nadering)
h ((+))
Acties bij de doorstart
i ((+))
Procedure voor afgebroken nadering/landing
j
Contact met ATC — naleving, R/T-procedures
SECTIE 6 —  VLUCHT MET ÉÉN UITGESCHAKELDE MOTOR (enkel meermotorige vleugelvliegtuigen) ((o))
a
Gesimuleerde motorstoring na de start of tijdens de doorstart
b
Nadering, doorstart en procedure voor afgebroken nadering met één uitgeschakelde motor
c
Nadering en landing met één uitgeschakelde motor
d
Contact met ATC — naleving, R/T-procedures
(1)   Mag worden uitgevoerd in een FFS, FTD 2/3 of FNPT II.
(+)  Mag worden uitgevoerd in hetzij sectie 4, hetzij sectie 5.
(o)  Moet worden uitgevoerd door zich enkel te baseren op instrumenten.

 

 

Algemeen

De houder mag onder IFR vliegen gedurende het “en route” gedeelte van de vlucht. Ook ’s nachts indien hij beschikt over een nachtkwalificatie (NQ). De houder van een EIR mag zijn vlucht alleen uitvoeren als:
i) de weersomstandigheden bij vertrek zodanig zijn dat het segment van de vlucht vanaf de start tot een geplande overgang van VFR naar IFR volgens zichtvliegvoorschriften kan worden uitgevoerd; en
ii) de weersomstandigheden op het geplande luchtvaartterrein van bestemming op de verwachte aankomsttijd zodanig zullen zijn dat het segment van de vlucht vanaf een overgang van IFR naar VFR tot de landing volgens zichtvliegvoorschriften (VFR) visueel kan worden uitgevoerd.

Aanvangseisen

Een geldig brevet voor privépiloot (PPL) en 20 uur overland vluchten als pilot in command.

Praktijkopleiding

Opleidingscursus. Een kandidaat voor een EIR moet binnen een periode van 36 maanden het volgende binnen een Aviation Training Organisation (ATO) te hebben voltooid. Praktijk:
Instructie in instrumentvliegen, waarbij:
i) de vliegopleiding voor een éénmotorige EIR ten minste 15 uur instrumentvliegtijd in opleiding omvat; OF
ii) de vliegopleiding voor een meermotorige EIR welke ten minste 16 uur instrumentvliegtijd omvat, waarvan ten minste 4 uur in meermotorige vliegtuigen.Theorie: Alvorens de vaardigheidstest wordt afgenomen, moet de kandidaat blijk geven van een voor de toegekende bevoegdheden toepasselijk niveau van theoriekennis over de in FCL.615(b) genoemde onderwerpen.
Vaardigheidstest. Na afronding van de opleiding moet de kandidaat slagen voor een door een examinator instrumentvliegen (IRE) afgenomen vaardigheidstest. Voor een meermotorige EIR wordt de vaardigheidstest afgenomen in een meermotorig vleugelvliegtuig. Voor een éénmotorige EIR wordt de test afgenomen in een éénmotorig vleugelvliegtuig.
In afwijking van het bepaalde onder punt c) en d) moet de houder van een éénmotorige EIR die tevens houder is van een meermotorige klasse- of typebevoegdverklaring en die voor het eerst een meermotorige EIR wenst te verkrijgen, een opleiding aan een ATO afronden die ten minste 2 uur instrumentvliegtijd in opleiding tijdens de „en route”-fase van de vlucht in meermotorige vleugelvliegtuigen omvat, en slagen voor de onder punt e) bedoelde vaardigheidstest.

Theorie opleiding

Ten minste 80 uur theorieonderwijs overeenkomstig FCL.615 (https://www.easa.europa.eu/system/files/dfu/2014-022-R-Annex%20to%20ED%20Decision%202014-022-R.pdf); terug te brengen naar 8 uur met gebruik van een DLS (distance learning system).

Na afloop

Niet van toepassing

Revalidatie (rating is nog niet verlopen)

Geldigheid, verlenging en hernieuwde afgifte.
1) Een EIR is 1 jaar geldig.
2) Kandidaten voor verlenging van een EIR moeten:
i) binnen een periode van 3 maanden die onmiddellijk voorafgaan aan de vervaldatum van de bevoegdverklaring slagen voor een bekwaamheidsproef in een vleugelvliegtuig; of
ii) binnen 12 maanden voorafgaand aan de vervaldatum van de bevoegdverklaring 6 uur vliegtijd onder IFR als PIC en een trainingsvlucht van ten minste 1 uur met een voor het verzorgen van de IR(A)- of EIR-opleiding bevoegde instructeur volbrengen.
3) Voor elke tweede verlenging die daarop volgt, moet de houder van een EIR slagen voor een bekwaamheidsproef overeenkomstig punt g), 2), i).

Vernieuwing (rating is verlopen)

Indien een EIR is verlopen, moeten kandidaten om hun bevoegdheden te hernieuwen:
i) een herhalingstraining voltooien bij een voor het verzorgen van de IR(A)- of EIR-opleiding bevoegde instructeur om het vereiste bekwaamheidsniveau te behalen; en
ii) een bekwaamheidsproef afleggen.
Indien de EIR binnen 7 jaar na de laatste vervaldatum niet verlengd of hernieuwd afgegeven werd, moet de houder tevens opnieuw slagen voor de theorie-examens inzake EIR overeenkomstig FCL.615(b).

Overige informatie en wettekst

Wanneer de houder van de EIR (en-route instrument rating) wat ervaring heeft opgedaan onder IFR (instrument flight rules) kan hij zijn EIR uit bereiden naar een CBIR (competency based IR) met slechts 10 uur training onder een ATO (vliegschool). De CBIR geeft de houder dezelfde rechten als een volwaardige IR, op deze manier heeft de kandidaat een volwaardig IR behaald zonder de volledige IR theorie cursus te hoeven doen.

  1. a) Bevoegdheden en voorwaarden
    1) De bevoegdheden van een houder van een bevoegdverklaring voor „en route”-instrumentvliegen (EIR) bestaan uit het uitvoeren van vluchten onder IFR overdag tijdens de „en route”-fase van de vlucht met een vleugelvliegtuig waarvoor een klasse- of typebevoegdheid verkregen is. Deze bevoegdheid kan worden uitgebreid tot het uitvoeren van vluchten onder IFR ’s nachts tijdens de „en route”-fase van de vlucht indien de piloot houder is van een bevoegdverklaring voor nachtvliegen overeenkomstig FCL.810.
    2) De houder van de EIR mag een vlucht waarvoor hij de bevoegdheden van zijn bevoegdverklaring wenst uit te oefenen enkel aanvangen of voortzetten indien de meest recente beschikbare meteorologische informatie aangeeft dat:
    i) de weersomstandigheden bij vertrek zodanig zijn dat het segment van de vlucht vanaf de start tot een geplande overgang van VFR naar IFR volgens zichtvliegvoorschriften kan worden uitgevoerd; en
    ii) de weersomstandigheden op het geplande luchtvaartterrein van bestemming op de verwachte aankomsttijd zodanig zullen zijn dat het segment van de vlucht vanaf een overgang van IFR naar VFR tot de landing volgens zichtvliegvoorschriften kan worden uitgevoerd.
    b) Toelatingseisen. Een kandidaat voor een EIR moet houder zijn van ten minste een PPL(A) en moet ten minste 20 uur overlandvliegtijd als PIC in vleugelvliegtuigen hebben voltooid.
    c) Opleidingscursus. Een kandidaat voor een EIR moet binnen een periode van 36 maanden het volgende aan een ATO hebben voltooid:
    1) ten minste 80 uur theorieonderwijs overeenkomstig FCL.615; en
    2) instructie in instrumentvliegen, waarbij:
    i) de vliegopleiding voor een éénmotorige EIR ten minste 15 uur instrumentvliegtijd in opleiding omvat; en
    ii) de vliegopleiding voor een meermotorige EIR ten minste 16 uur instrumentvliegtijd in opleiding omvat, waarvan ten minste 4 uur in meermotorige vliegtuigen.
    d) Theoriekennis. Alvorens de vaardigheidstest wordt afgenomen, moet de kandidaat blijk geven van een voor de toegekende bevoegdheden toepasselijk niveau van theoriekennis over de in FCL.615(b) genoemde onderwerpen.
    e) Vaardigheidstest. Na afronding van de opleiding moet de kandidaat slagen voor een door een examinator instrumentvliegen (IRE) afgenomen vaardigheidstest. Voor een meermotorige EIR wordt de vaardigheidstest afgenomen in een meermotorig vleugelvliegtuig. Voor een éénmotorige EIR wordt de test afgenomen in een éénmotorig vleugelvliegtuig.
    f) In afwijking van het bepaalde onder punt c) en d) moet de houder van een éénmotorige EIR die tevens houder is van een meermotorige klasse- of typebevoegdverklaring en die voor het eerst een meermotorige EIR wenst te verkrijgen, een opleiding aan een ATO afronden die ten minste 2 uur instrumentvliegtijd in opleiding tijdens de „en route”-fase van de vlucht in meermotorige vleugelvliegtuigen omvat, en slagen voor de onder punt e) bedoelde vaardigheidstest.
    g) Geldigheid, verlenging en hernieuwde afgifte.
    1) Een EIR is 1 jaar geldig.
    2) Kandidaten voor verlenging van een EIR moeten:
    i) binnen een periode van 3 maanden die onmiddellijk voorafgaan aan de vervaldatum van de bevoegdverklaring slagen voor een bekwaamheidsproef in een vleugelvliegtuig; of
    ii) binnen 12 maanden voorafgaand aan de vervaldatum van de bevoegdverklaring 6 uur vliegtijd onder IFR als PIC en een trainingsvlucht van ten minste 1 uur met een voor het verzorgen van de IR(A)- of EIR-opleiding bevoegde instructeur volbrengen.
    3) Voor elke tweede verlenging die daarop volgt, moet de houder van een EIR slagen voor een bekwaamheidsproef overeenkomstig punt g), 2), i).
    4) Indien een EIR is verlopen, moeten kandidaten om hun bevoegdheden te hernieuwen:
    i) een herhalingstraining voltooien bij een voor het verzorgen van de IR(A)- of EIR-opleiding bevoegde instructeur om het vereiste bekwaamheidsniveau te behalen; en
    ii) een bekwaamheidsproef afleggen.
    5) Indien de EIR binnen 7 jaar na de laatste vervaldatum niet verlengd of hernieuwd afgegeven werd, moet de houder tevens opnieuw slagen voor de theorie-examens inzake EIR overeenkomstig FCL.615(b).
    ▼M4
    6) Voor een meermotorige EIR moeten de bekwaamheidsproef voor verlenging of hernieuwde afgifte en de in punt g), 2), ii) voorgeschreven trainingsvlucht in een meermotorig vleugelvliegtuig worden uitgevoerd. Indien de piloot tevens houder is van een éénmotorige EIR, wordt met deze bekwaamheidsproef tevens verlenging of hernieuwde afgifte voor de éénmotorige EIR verkregen. Wanneer de trainingsvlucht is afgelegd in een meermotorig vleugelvliegtuig, is ook voldaan aan de eisen inzake trainingsvluchten voor de éénmotorige EIR.
    ▼M3
    h) Wanneer een kandidaat voor een EIR instrumentvliegtijd in opleiding heeft voltooid bij een IRI(A) of een FI(A) die voor het verzorgen van de IR- of EIR-opleiding bevoegd is, kunnen deze uren worden meegerekend voor de in punt c), 2), i) en ii) voorgeschreven uren tot maximaal 5 respectievelijk 6 uur. Voor de in punt c), 2), ii) voorgeschreven 4 uur instrumentvlieginstructie in meermotorige vleugelvliegtuigen mag deze vrijstelling niet worden toegepast.
    1) Om het aantal mee te rekenen uren te bepalen en de opleidingsbehoeften vast te stellen, moet de kandidaat aan de ATO een toelatingsbeoordeling ondergaan.
    2) Voltooiing van de door een IRI(A) of FI(A) gegeven instrumentvlieginstructie moet in een speciaal opleidingsdossier worden opgetekend, met accordering door de instructeur.
    i) Een kandidaat voor een EIR die houder is van een PPL of CPL conform deel FCL en van een geldige IR(A) die overeenkomstig de eisen van bijlage I bij het Verdrag van Chicago door een derde land afgegeven is, kan volledig worden vrijgesteld van de onder punt c) genoemde opleidingseisen. Voor het verkrijgen van de EIR moet de kandidaat:
    1) slagen voor de vaardigheidstest voor de EIR;
    2) in afwijking van het bepaalde punt d), tijdens de vaardigheidstest ten overstaan van de examinator aantonen een adequaat niveau van theoriekennis omtrent luchtvaartwetgeving, meteorologie en vluchtplanning en -prestaties te hebben verworven (IR);
    3) een minimale ervaring hebben van ten minste 25 uur vliegtijd onder IFR als PIC op vleugelvliegtuigen.

Competency based instrument rating (CBIR)

Algemeen

De CBIR (competency based IR) geeft dezelfde rechten als een volwaardig IR, echter is de theorie cursus aanzienlijk minder zwaar. De cursus voor de CBIR bestaat uit 40 uur vliegtraining maar kan worden terug gebracht naar slechts 10 uur training op basis van competentie (ervaring). Ook is de CBIR een manier om buitenlandse IR’s (instrument ratings) om te zetten naar een Europese IR, als een kandidaat met een buitenlandse IR meer dan 50 uur als pilot in command onder IFR (instrument flight rules) heeft gevlogen kan hij direct examen doen om een Europees IR te halen.

Aanvangseisen

Een kandidaat voor een dergelijke op vakbekwaamheid gebaseerde modulaire IR(A) (competency based IR) moet houder zijn van een PPL(A) of CPL(A). En ervaring hebben in het vliegen onder IFR (instrument flight rules).

Praktijkopleiding

Een goedgekeurde, op vakbekwaamheid gebaseerde modulaire IR(A)-opleiding moet ten minste 80 uur theorieonderwijs inhouden dit kan worden teruggebracht naar 8 uur met behulp van computerondersteund leren en e-learningelementen. De methode voor het verwerven van een IR(A) na deze modulaire opleiding is op vakbekwaamheid gebaseerd. Niettemin moet de kandidaat aan onderstaande minimumeisen voldoen. Aanvullende opleiding kan nodig zijn om het vereiste bekwaamheidsniveau te behalen.
Een éénmotorige, op vakbekwaamheid gebaseerde modulaire IR(A)-opleiding moet ten minste 40 uur instrumenttijd in opleiding omvatten, waarvan ten hoogste 10 uur simulatortijd in een FNPT I mag zijn, of ten hoogste 25 uur in een FFS of FNPT II. Ten hoogste 5 uur aan simulatortijd in een FNPT II of FFS mag in een FNPT I worden uitgevoerd. Er zijn twee gradaties in FNPT, een FNPTI en een FNPTII, de FNPTII geeft een realistischere weergave van het echte vliegen dan de FNPTI en hierop mogen dan ook meer uren worden getraind.
i) Wanneer de kandidaat:
A) instrumentvlieginstructie heeft ontvangen van een IRI(A) of een FI(A) die bevoegd is voor het verzorgen van de IR-opleiding; of
B) eerdere ervaring met instrumentvliegtijd als PIC op vleugelvliegtuigen, ingevolge een bevoegdverklaring voor vliegen onder IFR en in IMC,
mogen deze uren worden meegerekend voor bovengenoemde 40 uur tot een maximum van 30 uur.
ii) Wanneer de kandidaat eerder instrumentvliegtijd in opleiding anders dan onder punt a), i) aangegeven heeft voltooid, mogen deze uren voor de vereiste 40 uur worden meegerekend tot een maximum van 15 uur.
iii) De vliegopleiding moet in ieder geval ten minste 10 uur instrumentvliegtijd in opleiding in een vleugelvliegtuig aan een ATO omvatten.
iv) De totale omvang van het dubbelbesturingsonderricht in instrumentvliegen mag niet minder zijn dan 25 uur.
b) Om het aantal mee te rekenen uren te bepalen en de opleidingsbehoeften vast te stellen, moet de kandidaat aan de ATO een toelatingsbeoordeling ondergaan.
c) Voltooiing van de door een IRI(A) of FI(A) gegeven instrumentvlieginstructie overeenkomstig a), i) of b), i) hierboven moet in een speciaal opleidingsdossier worden vastgelegd, met accordering door de instructeur.
De vlieginstructie voor de op vakbekwaamheid gebaseerde IR(A) moet het volgende omvatten:
a) procedures en manoeuvres voor elementair instrumentvliegen die ten minste het onderstaande omvatten:
i) elementair instrumentvliegen zonder externe visuele referenties;
ii) horizontaal vliegen;
iii) klimmen;
iv) dalen;
v) bochten in horizontale vlucht en tijdens klimmen en dalen;
vi) instrumentpatroon;
vii) steile bocht;
viii) radionavigatie;
ix) herstellen vanuit ongewone vliegstanden;
x) beperkt instrumentenpaneel; en
xi) herkennen van en herstellen uit beginnende en volledige overtrek;
b) procedures vóór de vlucht ten behoeve van IFR-vluchten, waaronder het gebruik van het vlieghandboek en de juiste documenten voor luchtverkeersdiensten bij het voorbereiden van een IFR-vliegplan;
c) de procedure en manoeuvres voor een IFR-vluchtuitvoering onder normale, abnormale en noodomstandigheden, die ten minste het onderstaande beslaan:
i) de overgang van visueel naar instrumentvliegen bij de start;
ii) standaard instrumentvertrek- en -aankomstprocedures;
iii) „en route”-IFR-procedures;
iv) wachtprocedures;
v) instrumentnadering tot bepaalde minima;
vi) procedures voor afgebroken nadering; en
vii) landingen na instrumentnaderingen, inclusief „circling”;
d) manoeuvres tijdens de vlucht en bijzondere vluchtkenmerken;
e) indien zulks is vereist, besturing van een meermotorig vleugelvliegtuig tijdens bovengenoemde oefeningen, daarbij inbegrepen:
i) besturen van het vleugelvliegtuig uitsluitend geleid door instrumenten met nabootsing van één niet in werking zijnde motor;
ii) motor afzetten en herstarten (uit te voeren op veilige hoogte, tenzij uitgevoerd in een FFS of FNPT II).
Een kandidaat voor de op vakbekwaamheid gebaseerde modulaire IR(A) die houder is van een PPL of CPL conform deel FCL (Europees PPL of CPL)  en van een geldige IR(A) die overeenkomstig de eisen van bijlage 1 bij het Verdrag van Chicago door een derde land afgegeven is(ICAO of FAA), kan volledig worden vrijgesteld van de hierboven vermelde opleiding. Voor het verkrijgen van de IR(A) moet de kandidaat:
a) slagen voor de vaardigheidstest voor de IR(A) overeenkomstig aanhangsel 7;
b) tijdens de vaardigheidstest ten overstaan van de examinator aantonen een adequaat niveau van theoriekennis omtrent luchtvaartwetgeving, meteorologie en vluchtplanning en -prestaties te hebben verworven (IR); en
c) een minimale ervaring hebben van ten minste 50 uur vliegtijd onder IFR als PIC op vleugelvliegtuigen.

Theorie opleiding

Ten minste 80 uur theorieonderwijs overeenkomstig FCL.615 (https://www.easa.europa.eu/system/files/dfu/2014-022-R-Annex%20to%20ED%20Decision%202014-022-R.pdf); terug te brengen naar 8 uur met gebruik van een DLS (distance learning system).

Na afloop

Niet van toepassing

Revalidatie (rating is nog niet verlopen)

Hier gelden dezelfde regels als bij een normale instrument rating.

Vernieuwing (rating is verlopen)

Hier gelden dezelfde regels als bij een normale instrument rating.

Overige informatie en wettekst

De competency based IR is de ideale manier voor PPL’ers om op hun gemak, zonder te veel theorie-examens te leren vliegen onder IFR

IR(A) Op vakbekwaamheid gebaseerde modulaire vliegopleiding

ALGEMEEN

▼M4
1. Doel van de op vakbekwaamheid gebaseerde modulaire vliegopleiding is het opleiden van houders van een PPL of CPL voor de bevoegdverklaring voor instrumentvliegen met inachtneming van eerdere instructie en ervaring inzake instrumentvliegen. Bedoeling is te zorgen voor het niveau van vaardigheid dat noodzakelijk is om vleugelvliegtuigen onder IFR en in IMC te besturen. De opleiding wordt gevolgd bij een ATO of moet bestaan uit een combinatie van instrumentvlieginstructie door een IRI(A) of een FI(A) die bevoegd is voor het verzorgen van de IR-opleiding en vlieginstructie bij een ATO.
▼M3
2. Een kandidaat voor een dergelijke op vakbekwaamheid gebaseerde modulaire IR(A) moet houder zijn van een PPL(A) of CPL(A).
3. De theorieopleiding moet binnen 18 maanden zijn afgerond. De instrumentvlieginstructie en de vaardigheidstest moeten binnen de geldigheidsperiode van de afgelegde theorie-examens worden afgerond.
4. De opleiding moet het volgende omvatten:
a) theorieonderwijs op het kennisniveau van de IR(A);
b) instructie in instrumentvliegen.
THEORIEKENNIS

5. Een goedgekeurde, op vakbekwaamheid gebaseerde modulaire IR(A)-opleiding moet ten minste 80 uur theorieonderwijs inhouden. De theorieopleiding kan computerondersteund leren en e-learningelementen omvatten. Er moet in een minimumpercentage klassikaal onderricht als voorgeschreven in ORA.ATO.305 worden voorzien.
VLIEGOPLEIDING

6. De methode voor het verwerven van een IR(A) na deze modulaire opleiding is op vakbekwaamheid gebaseerd. Niettemin moet de kandidaat aan onderstaande minimumeisen voldoen. Aanvullende opleiding kan nodig zijn om het vereiste bekwaamheidsniveau te behalen.
a) Een éénmotorige, op vakbekwaamheid gebaseerde modulaire IR(A)-opleiding moet ten minste 40 uur instrumenttijd in opleiding omvatten, waarvan ten hoogste 10 uur simulatortijd in een FNPT I mag zijn, of ten hoogste 25 uur in een FFS of FNPT II. Ten hoogste 5 uur aan simulatortijd in een FNPT II of FFS mag in een FNPT I worden uitgevoerd.
i) Wanneer de kandidaat:
A) instrumentvlieginstructie heeft ontvangen van een IRI(A) of een FI(A) die bevoegd is voor het verzorgen van de IR-opleiding; of
▼M4
B) eerdere ervaring met instrumentvliegtijd als PIC op vleugelvliegtuigen, ingevolge een bevoegdverklaring voor vliegen onder IFR en in IMC,
▼M3
mogen deze uren worden meegerekend voor bovengenoemde 40 uur tot een maximum van 30 uur.
ii) Wanneer de kandidaat eerder instrumentvliegtijd in opleiding anders dan onder punt a), i) aangegeven heeft voltooid, mogen deze uren voor de vereiste 40 uur worden meegerekend tot een maximum van 15 uur.
iii) De vliegopleiding moet in ieder geval ten minste 10 uur instrumentvliegtijd in opleiding in een vleugelvliegtuig aan een ATO omvatten.
iv) De totale omvang van het dubbelbesturingsonderricht in instrumentvliegen mag niet minder zijn dan 25 uur.
b) Een meermotorige, op vakbekwaamheid gebaseerde modulaire IR(A)-opleiding moet ten minste 45 uur instrumenttijd in opleiding omvatten, waarvan ten hoogste 10 uur simulatortijd in een FNPT I mag zijn, of ten hoogste 30 uur in een FFS of FNPT II. Ten hoogste 5 uur aan simulatortijd in een FNPT II of FFS mag in een FNPT I worden uitgevoerd.
i) Wanneer de kandidaat:
A) instrumentvlieginstructie heeft ontvangen van een IRI(A) of een FI(A) die bevoegd is voor het verzorgen van de IR-opleiding; of
▼M4
B) eerdere ervaring met instrumentvliegtijd als PIC op vleugelvliegtuigen, ingevolge een bevoegdverklaring voor vliegen onder IFR en in IMC,
▼M3
mogen deze uren worden meegerekend voor bovengenoemde 45 uur tot een maximum van 35 uur.
ii) Wanneer de kandidaat eerder instrumentvliegtijd in opleiding anders dan onder punt b), i) aangegeven heeft voltooid, mogen deze uren voor de vereiste 45 uur worden meegerekend tot een maximum van 15 uur.
iii) De vliegopleiding moet in ieder geval ten minste 10 uur instrumentvliegtijd in opleiding in een meermotorig vleugelvliegtuig aan een ATO omvatten.
iv) De totale omvang van het dubbelbesturingsonderricht in instrumentvliegen mag niet minder zijn dan 25 uur, waarvan ten minste 15 uur in een meermotorig vleugelvliegtuig moet worden uitgevoerd.
c) Om het aantal mee te rekenen uren te bepalen en de opleidingsbehoeften vast te stellen, moet de kandidaat aan de ATO een toelatingsbeoordeling ondergaan.
d) Voltooiing van de door een IRI(A) of FI(A) gegeven instrumentvlieginstructie overeenkomstig a), i) of b), i) hierboven moet in een speciaal opleidingsdossier worden opgetekend, met accordering door de instructeur.
7. De vlieginstructie voor de op vakbekwaamheid gebaseerde IR(A) moet het volgende omvatten:
a) procedures en manoeuvres voor elementair instrumentvliegen die ten minste het onderstaande omvatten:
i) elementair instrumentvliegen zonder externe visuele referenties;
ii) horizontaal vliegen;
iii) klimmen;
iv) dalen;
v) bochten in horizontale vlucht en tijdens klimmen en dalen;
vi) instrumentpatroon;
vii) steile bocht;
viii) radionavigatie;
ix) herstellen vanuit ongewone vliegstanden;
x) beperkt instrumentenpaneel; en
xi) herkennen van en herstellen uit beginnende en volledige overtrek;
b) procedures vóór de vlucht ten behoeve van IFR-vluchten, waaronder het gebruik van het vlieghandboek en de juiste documenten voor luchtverkeersdiensten bij het voorbereiden van een IFR-vliegplan;
c) de procedure en manoeuvres voor een IFR-vluchtuitvoering onder normale, abnormale en noodomstandigheden, die ten minste het onderstaande beslaan:
i) de overgang van visueel naar instrumentvliegen bij de start;
ii) standaard instrumentvertrek- en -aankomstprocedures;
iii) „en route”-IFR-procedures;
iv) wachtprocedures;
v) instrumentnadering tot bepaalde minima;
vi) procedures voor afgebroken nadering; en
vii) landingen na instrumentnaderingen, inclusief „circling”;
d) manoeuvres tijdens de vlucht en bijzondere vluchtkenmerken;
e) indien zulks is vereist, besturing van een meermotorig vleugelvliegtuig tijdens bovengenoemde oefeningen, daarbij inbegrepen:
i) besturen van het vleugelvliegtuig uitsluitend geleid door instrumenten met nabootsing van één niet in werking zijnde motor;
ii) motor afzetten en herstarten (uit te voeren op veilige hoogte, tenzij uitgevoerd in een FFS of FNPT II).
8. Een kandidaat voor de op vakbekwaamheid gebaseerde modulaire IR(A) die houder is van een PPL of CPL conform deel FCL en van een geldige IR(A) die overeenkomstig de eisen van bijlage 1 bij het Verdrag van Chicago door een derde land afgegeven is, kan volledig worden vrijgesteld van de in paragraaf 4 vermelde opleiding. Voor het verkrijgen van de IR(A) moet de kandidaat:
a) slagen voor de vaardigheidstest voor de IR(A) overeenkomstig aanhangsel 7;
b) tijdens de vaardigheidstest ten overstaan van de examinator aantonen een adequaat niveau van theoriekennis omtrent luchtvaartwetgeving, meteorologie en vluchtplanning en -prestaties te hebben verworven (IR); en
c) een minimale ervaring hebben van ten minste 50 uur vliegtijd onder IFR als PIC op vleugelvliegtuigen.
TOELATINGSBEOORDELING

9. Inhoud en duur van de toelatingsbeoordeling worden door de ATO bepaald op basis van de eerdere ervaring met instrumentvliegen van de kandidaat.